Partnerinterview

Warmtekrachtkoppeling: vergeten oplossing in het energiedebat?

In de heisa rond een mogelijk stroomtekort in België wordt warmtekrachtkoppeling nog te vaak over het hoofd gezien, meent sectororganisatie COGEN. “Het duurzaam opwekken van warmte wordt steeds belangrijker in het energievraagstuk.”

Fran Herpelinck | 7 november 2018
20180604 Edf 107

Als de term ‘warmtekrachtkoppeling’ (WKK) geen belletje doet rinkelen: het gaat om een energieproces waarbij elektriciteit en warmte tegelijk door één installatie worden opgewekt. De energiebronnen waar zo’n WKK op draait –aardgas, biogas of biomassa – worden tot 30 procent efficiënter gebruikt dan wanneer elektriciteit en warmte op de klassieke manier, gescheiden van elkaar, worden opgewekt. In België is de door WKK opgewekte elektriciteit intussen goed voor 18 procent van het totale elektriciteitsverbruik, in Vlaanderen is dat 21 procent.

"Op dit moment bedraagt het totale WKK-vermogen in België ongeveer 2700 megawatt, wat bijna evenveel is als de vier kernreactoren van Doel samen."

Senne Gabriels (COGEN)

Steeds meer toepassingen

Dat WKK een onbekende is voor het grote publiek, is volgens sectororganisatie COGEN niet geheel onlogisch. “WKK wordt binnen de energiesector naar waarde geschat”, zegt WKK-adviseur Filip Van den Borre van COGEN. Omdat het rendement van de techniek bepaald wordt door de warmtevraag, tref je WKK-installaties in Vlaanderen vaak aan in ziekenhuizen of woonzorgcentra, maar ook in de voedingssector, de chemische industrie, in zwembaden, in de glastuinbouw ... “Toch wordt de actieradius van WKK alsmaar groter, omdat steeds kleinere vermogens ook voor beperktere warmtevragen een energie-efficiënte oplossing kunnen bieden. Denk aan bakkers, maar ook aan appartementsgebouwen, hotels, studentenhuizen of gezinswoningen”, stelt Van den Borre.

De Vlaamse sectororganisatie is dan ook blij dat WKK steeds vaker opduikt in het energiedebat over de kernuitstap en mogelijke stroomtekorten. “Sluiten onze kerncentrales tegen 2025, dan moeten we op zoek naar vervangingscapaciteit. Niet alleen gasturbines, maar ook WKK’s kunnen daarbij een interessante piste zijn”, zegt COGEN-directeur Senne Gabriels. “Op dit moment bedraagt het totale WKK-vermogen in België ongeveer 2700 megawatt, wat bijna evenveel is als de vier kernreactoren van Doel samen. Uit een recente analyse blijkt bovendien dat er tegen 2025 voor ongeveer 1000 megawatt aan zinvolle WKK-installaties extra geïnstalleerd kan worden.”

Efficiënt gebruik van brandstoffen

Om het systeem draaiende te houden zullen we volgens Gabriels nog lange tijd op verbranding gebaseerde technologieën moeten gebruiken, op donkere of windstille momenten bijvoorbeeld. Ondanks de inspanningen rond bio-methaan, hernieuwbaar synthetisch gas en waterstof zullen deze duurzame brandstoffen de fossiele nog niet meteen kunnen vervangen. Gabriëls: “WKK is dan een troef, omdat het fossiele en duurzame brandstoffen het meest efficiënt kan aanwenden. Zo stoten we heel wat minder CO2 uit. Bovendien kunnen WKK-installaties zeer flexibel ontworpen worden en produceren ze elektriciteit in de buurt van de vraag. Zo ontlasten ze het systeem en ondersteunen ze hernieuwbare bronnen.”

WKK is een van de meest doeltreffende technieken om op een zuinige manier warmte op te wekken, stelt COGEN. In Europa neemt warmte liefst de helft van het primaire energieverbruik in beslag. Transport en de opwekking van elektriciteit tekenen elk slechts voor een kwart. Gabriels: “Dat illustreert het belang van duurzame warmteopwekking in het kader van een duurzaam energiebeleid. Het is belangrijk om niet enkel te mikken op 100 procent hernieuwbare energie in 2050, maar ook nu al te besparen waar mogelijk.”

Netwerk van kleintjes

Volgens COGEN vormt WKK de ideale tandem met hernieuwbare energie om de sluiting van de kerncentrales op te vangen. Senne Gabriëls: “Dat zeggen we niet zomaar: naast efficiëntie zijn flexibiliteit en beschikbaarheid de grootste troeven van de technologie. De vervangingscapaciteit dient niet uitsluitend uit grote, statische centrales te bestaan. Integendeel, via een netwerk van steeds kleinere installaties kunnen we op lokaal niveau het net ondersteunen. Ook in periodes van Dunkelflaute, wanneer er weinig wind- en zonne-energie aanwezig is. Als een installatie dan defect zou zijn, vangt het netwerk dat tekort op. Alle kleintjes zorgen samen dus voor een grotere energiebeschikbaarheid. Bovendien kunnen WKK-installaties complementair werken met lokale warmtenetwerken en warmtepompen. Uit buitenlandse projecten leren we dat een WKK-installatie bijvoorbeeld ideaal is als bron of als aanvulling om de restwarmte van een bedrijf, die niet op elk moment voorradig is, aan te sluiten op een lokaal netwerk.”

"De warmtevraag moet groot genoeg zijn opdat WKK werkelijk haar nut bewijst ten opzichte van andere energiebronnen voor bedrijven.

Filip Van den Borre (COGEN)

Warmtevraag doorslaggevend

Steeds meer Vlaamse bedrijven en organisaties zien heil in WKK, maar dat wil niet zeggen dat ook elk bedrijf ermee gebaat is. “We kunnen het niet voldoende benadrukken: de warmtevraag moet groot genoeg zijn, ook na mogelijke isolatiewerken of efficiëntieverbeteringen, opdat WKK werkelijk haar nut bewijst ten opzichte van andere energiebronnen. De warmtevraag is voor ons de eerste voorwaarde van een stappenplan, waarmee we bedrijven helpen om in te stappen in WKK”, legt Filip Van den Borre uit.

Zoals bij alle investeringen in duurzame technieken, komt er ook bij de installatie van een WKK een aanzienlijke kostprijs kijken. Dit mag volgens COGEN echter geen reden zijn om niet te investeren. Breder en verder kijken, is hun boodschap. Van den Borre: “Nog belangrijker dan de investeringskost is de terugverdientijd, en daar scoort WKK vaak erg goed. De terugverdientijd is vooral afhankelijk van het aantal draaiuren en de spark spread, de verhouding tussen de gas- en elektriciteitsprijs. Daarnaast is er ook nog de ondersteuning van de Vlaamse overheid onder de vorm van warmtekrachtcertificaten of via een investeringssteun (voor micro-WKK’s tot en met 10 kW).”

Samenwerking biedt opportuniteiten voor WKK

Voor organisaties die de investeringskost van een WKK-installatie toch niet kunnen dragen, bieden ESCO’s een interessant alternatief. ESCO, kort voor Energy Service Company, is een energieovereenkomst waarbij een derde partij de kosten draagt en de WKK ter plekke installeert, opvolgt en onderhoudt. De organisatie of het bedrijf betaalt de installatie vervolgens af via de besparing op de energiefactuur die de WKK oplevert. Van den Borre: “Op industriële schaal is die aanpak al goed gekend, maar we zien dat steeds meer kleinere bedrijven, woonzorgcentra en gemeentebesturen voor deze optie kiezen. Een evolutie die we alleen maar aanmoedigen.

Senne Gabriëls: “We zouden ook meer moeten inzetten op samenwerking. Door de energiebehoeften van verschillende bedrijven samen te bekijken kunnen nog grotere efficiëntiewinsten geboekt worden. Helaas ontbreekt vandaag nog een gepast juridisch kader. Maar in de toekomst zou het mogelijk moeten worden om de elektriciteit of warmte te delen onder verschillende gebruikers.”

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!