Partnerinterview

“Verschillende voedingsbedrijven zijn vandaag al achter de schermen bezig met de eiwittransitie”

Flanders’ FOOD bereidt als innovatieplatform de Vlaamse voedingssector voor op de vele uitdagingen van vandaag en morgen. Met almaar krappere winstmarges, een consument die steeds veeleisender wordt en de nood aan meer duurzaamheid dienen die zich volop aan.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het dossier:
Future Food
Margot Kennis | 23 oktober 2018
Quinoa 897678 1920

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met onze partner, Flanders' FOOD – www.flandersfood.com

De uitdagingen zijn talrijk, maar Veerle De Graef en Charlotte Boone, respectievelijk innovation manager en knowhow & inspiration manager bij Flanders’ FOOD, hebben vertrouwen in de sterke ruggengraat van de Vlaamse voedingssector: “Onze industrie bestaat grotendeels uit toegewijde familiebedrijven die trots zijn op hun producten. Dat zorgt ervoor dat de wil en het potentieel om duurzaam te evolueren sterk aanwezig zijn.”

Flanders’ FOOD wil de voedingssector klaarstomen voor de toekomst. Wat zijn daarbij de grootste uitdagingen?

Charlotte Boone: “Het grootste probleem is dat binnen onze klassieke voedingsketen – van landbouwer over verwerker en retailer naar consument – de prijs voor de consument steeds verder daalt. Elke schakel in de keten schuift dat prijsprobleem door, waardoor onze landbouwers met grote financiële problemen achterblijven. Sowieso draaien alle schakels vandaag kleinere winstmarges. Daarom proberen ze de klassieke ketenstructuur te omzeilen: boeren verkopen hun producten via de ‘korte keten’, online retailers gaan aan de slag met aan huis geleverde foodboxen … Maar bij Flanders’ FOOD zijn we ervan overtuigd dat de verschillende actoren binnen de voedingssector beter kunnen samenwerken om die problemen het hoofd te bieden.”

Veerle De Graef: “Niet alleen de prijzen staan steeds meer onder druk, de consument is ook een pak veeleisender geworden en wil uit verschillende producten kunnen kiezen. Bovendien bestaat ‘dé consument’ al lang niet meer. In de plaats heb je vandaag allerhande profielen (op basis van leeftijd, culturele achtergrond, voedselallergieën …) die op zoek zijn naar dat ene product dat perfect aan hun eisen voldoet. Voedselproducenten moeten almaar flexibeler kunnen inspelen op die specifieke consumentenvraag.”

Charlotte Boone: “Daarnaast zijn er maatschappelijke evoluties aan de gang die een impact hebben op ons voedselsysteem: hete hangijzers als gezondheid en duurzaamheid, bijvoorbeeld. Ook die stellen de voedingssector voor grote vraagstukken. De landbouw efficiënter maken, bijvoorbeeld, staat vaak haaks op duurzaamheid. Al die omwentelingen samen maken dat de voedingssector zichzelf als geheel moet heruitvinden. Inzetten op innovatie dus – en dat op verschillende gebieden.”

Jullie brengen sinds kort als speerpuntcluster de verschillende actoren binnen de Vlaamse voedingssector samen. Maakt dat het samenwerken makkelijker?

Charlotte Boone: “Ja, want niemand kan al die veranderingen in zijn eentje dragen. De speerpuntcluster brengt iedereen – producenten uit de agrovoedingssector, academici, wetgevers – samen. Flanders’ FOOD is daarbinnen degene die alle touwtjes aan mekaar probeert te knopen. Dat is ook de belangrijkste verandering tegenover het oude Flanders’ FOOD. Vandaag proberen we die rol van integrator en facilitator nog beter uit te bouwen: partijen bij elkaar brengen, de juiste informatie aan bedrijven leveren en opvolgen of ze die info ook inzetten om te innoveren … We proberen ook bruggen te bouwen tussen de bedrijven en de wetgeving. Zo onderzochten we onlangs voor een project of de wetgeving rond de koeling van runderkarkassen niet te streng is om het in de praktijk haalbaar te houden voor voedingsbedrijven. De wettelijke grenzen bleken inderdaad te strikt te zijn. Die informatie speelden we door aan onder meer Fevia (Federatie van de Belgische voedingsindustrie, red.), die vervolgens heeft gepleit voor een aanpassing van de wetgeving, die er ook gekomen is.”

Veerle De Graef: “Daarnaast proberen we zoveel mogelijk opportuniteiten voor innovatie te spotten voor bedrijven en de innovatiemotor te versnellen. Daarvoor zetten we nu ook, veel meer dan vroeger, in op langetermijndenken in plaats van een zuiver projectmatige aanpak. Dat doen we trouwens altijd in nauw overleg met de bedrijven zelf: Waar willen zij binnen tien jaar staan? Welke stappen moeten ze daarvoor nemen?”

Circulaire voedingsketen

De voedingssector heeft een brede waaier aan duurzaamheidsdoelstellingen opgelegd gekregen (emissies, verpakkingen, beperking natuurlijke grondstoffen …). Hoe staat de Vlaamse sector er op dat vlak voor?

Charlotte Boone: “De laatste jaren is de circulaire economie, en duurzaamheid in het algemeen, een grote prioriteit geworden. Maar binnen het huidige economische voedingssysteem is het niet evident om die duurzaamheidstransitie te maken. Vlaamse bedrijven doen wat ze kunnen, maar vaak lopen ze tegen beperkingen op: voedselveiligheid, behoudsgezinde consumenten, strenge wetgeving … Veel bedrijven proberen het verschil te maken waar ze dat kunnen, bijvoorbeeld via waterbesparing of het verduurzamen van verpakkingen. Al spelen ook daar vaak allerhande beperkingen voor spelbreker. Zo is er altijd een spanningsveld tussen verpakking enerzijds en voedselverlies anderzijds. Hoe meer je samen verpakt, hoe minder verpakkingsmateriaal je nodig hebt. Maar ook: hoe groter de kans dat de helft van je pakket wordt weggegooid. Bovendien zit een groot deel van het voedselverlies bij de consument. Hoe meer dat verlies aan het einde van de voedselketen zit, hoe minder grip je als sector op dat verlies hebt én hoe meer waarde je verliest. Met dat soort tegenstrijdigheden zie je vandaag veel Vlaamse voedingsbedrijven worstelen. Daarom hebben we bij Flanders’ FOOD ook verschillende projecten rond circulaire verpakkingen lopen.”

Veerle De Graef: “Duurzaam ondernemen, dat betekent ook een zo minimaal mogelijk grondstoffenverlies tijdens je productieproces. Zo onderzoeken we voor een project of je grondstoffendata kan gebruiken om de kwaliteit van het eindproduct al bij voorbaat bij te sturen. Op die manier kan een bedrijf vermijden dat er productieloten moeten worden afgekeurd omdat ze niet voldoen aan de specificaties. De interesse voor zulke projecten is groot, dus we kunnen wel zeggen dat nagenoeg elk voedingsbedrijf in Vlaanderen vandaag – op een of andere manier – met duurzaamheid bezig is.”

1 Valorisatie Reststromen Img 9414
In de Flanders' FOOD pilootinstallatie wordt onder andere onderzoek gedaan naar reststromen.
© Flanders' FOOD

Zetten jullie ook in op de valorisatie van nevenstromen?

Charlotte Boone: “Reststromen uit de voedingssector worden vandaag meestal in de veeteelt gebruikt. Dat levert voedingsbedrijven geen grote bedragen op, maar het blijft vaak economisch interessanter dan een geheel nieuw logistiek proces voor een nevenstroom opzetten. Het transport alleen al kan ervoor zorgen dat zo’n nevenstroom noch economisch, noch op duurzaamheidsvlak interessant is. Voor grote bedrijven met een grote afvalstroom, zoals kaasproducenten, is het vaak wel een optie. Maar voor kleine bierbrouwerijen die met draf (moutafval, red.) achterblijven, blijft het meestal de eenvoudigste optie om hun reststroom bij een landbouwer in de buurt te leveren. Al proberen we ook daar via projecten te achterhalen wat haalbaar is om de voedingsketen zo circulair mogelijk te maken.”

En wat met alternatieve voedselbronnen, zoals insecten?

Charlotte Boone: “We hebben in het verleden al projecten gehad rond zeewier, insecten, microbieel eiwit en hybride vleesproducten, waarbij een deel van het vlees vervangen wordt door plantaardige eiwitten. Maar dat soort innovaties ligt vandaag nog nauwelijks in de winkelrekken omdat zowel de consument als de retailer er niet voor openstaat. De laatste jaren is er ook veel te doen rond kweekvlees. Dat is voorlopig nog toekomstmuziek. Er moeten daarvoor nog enkele wettelijke en technologische drempels overwonnen worden. Nederlandse wetenschappers denken dat ze over twee tot vijf jaar kweekvlees op de markt kunnen brengen.”

Hoe benaderen jullie de kwestie van de eiwittransitie, de omschakeling van vlees naar andere eiwitbronnen?

Charlotte Boone: “Ook daar zijn we volop mee bezig. Tegen het einde van het jaar willen we zelfs een heus evenement rond eiwittransitie organiseren, zowel voor vleesproducenten als voor de producenten van alternatieven. Op die manier willen we de sector informeren: Wat is er al beschikbaar? Is kweekvlees een realistische optie? Hoe zal de toekomst van onze vleessector eruitzien?”

Schermafbeelding 2015 02 15 Om 21 55 47

Naargelang de manier waarop vlees gekweekt wordt, geloven we dat het deel kan uitmaken van een duurzaam verhaal

Charlotte Boone (Flanders’ FOOD)

Heerst er binnen de sector ongerustheid over de eiwittransitie?

Charlotte Boone: “Vleesbedrijven zullen altijd een rol blijven spelen, al zal die wel moeten evolueren. Maar naargelang de manier waarop vlees gekweekt wordt, geloven we dat het deel kan uitmaken van een duurzaam verhaal. Alleen is onze vleesproductie vandaag doorgeslagen en zitten we met een overproductie. In de toekomst zal het waarschijnlijk niet meer mogelijk zijn om vlees op zo’n grote schaal te produceren. Die boodschap proberen we ook bij Vlaamse bedrijven over te brengen: de toekomst gaat er anders uitzien, dus bereid je zo goed mogelijk voor. Vleesproducenten zijn daar zelf ook mee bezig, omdat ze zien dat vlees almaar goedkoper wordt. Ook zij willen opnieuw meer economische waarde uit hun vlees halen, en staan dus achter het idee van ‘minder maar beter’. Daarnaast zijn verschillende Vlaamse voedingsbedrijven achter de schermen al bezig met de eiwittransitie. Maar dat vergt veel investeringen, terwijl de winstmarges vandaag vrij krap zijn. Die overgang verloopt dus vrij langzaam.”

Flanders’ FOOD zet ook in op lokale en seizoensgebonden producten. Hoe verzoenen jullie die ambitie met de eiwittransitie, waarbij alternatieven als quinoa en soja voornamelijk buiten de EU worden geteeld?

Charlotte Boone: “Door diversificatie te promoten. Er zijn immers veel meer alternatieven voor vlees, die wél in België geteeld kunnen worden. Ik denk bijvoorbeeld aan eiwitrijke gewassen zoals lupine en hennep. Bovendien zijn er tegenwoordig ook enkele variëteiten van soja en quinoa die in België geteeld kunnen worden.”

Beschikken de Vlaamse voedingsbedrijven nog over veel groeimarge om lokaal en seizoensgebonden te werken?

Charlotte Boone: “Veel landbouwoppervlakte hebben we niet in Vlaanderen, dus voor grondstoffen zijn onze bedrijven voornamelijk op buitenlandse bronnen aangewezen. Al proberen ze zoveel mogelijk lokaal te werken om de transportkosten te drukken.”

Veerle De Graef: “In het buitenland kunnen ze dan wel expliciet kiezen voor duurzame teelt. Zo kiest het chocoladebedrijf Barry Callebaut systematisch voor duurzame cacaoteelt in het land van oorsprong.”

Charlotte Boone: “Ook seizoensgebonden producten blijven een heikele kwestie, omdat de consument verwacht dat alle producten 365 dagen per jaar beschikbaar zijn. Ter illustratie: van aardbeien begrijpen consumenten wel dat ze niet het hele jaar door beschikbaar zijn, maar van verwerkte producten zoals aardbeienyoghurt – met echte aardbeien – niet. Die bewustmaking moet dus in de eerste plaats bij de consument gebeuren. Al geloven we dat de producenten en retailers daar samen ook een belangrijke rol in kunnen spelen: als zij de boodschap uitdragen dat het niet duurzaam is om alle producten het hele jaar door in de rekken te leggen, zal de consument mettertijd ook bijdraaien.”

9308 208 Dann

Industrie 4.0 betekent voor ons slimmer produceren via sensoren en meetapparatuur, digitaliseren, en aandacht hebben voor de mens in dit verhaal

Veerle De Graef (Flanders’ FOOD)
©Flanders' FOOD

Factory of the Future

Flanders’ FOOD trekt sterk de kaart van industrie 4.0. Waarom is dat zo’n belangrijke pijler voor de voedingssector?

Veerle De Graef: “Voor veel evoluties binnen de voedingssector – de transitie van lineair naar circulair, de veranderende noden van de consument – kan industrie 4.0. een antwoord bieden. Maar omdat het zo’n buzzword is, hebben we het bij Flanders’ FOOD in drie concrete, bevattelijke concepten onderverdeeld: ten eerste slimmer produceren via sensoren en meetapparatuur (smart), ten tweede digitaliseren (digital) en ten derde aandacht hebben voor de impact van deze evoluties op de mens in dit verhaal (human). Hoe zorg je ervoor dat werknemers gemotiveerd blijven? Hoe helpen we hen om de digitale evolutie te verwerken? Welke opleidingen willen en kunnen ze volgen? Duurzaam ondernemen, dat is ook duurzaam met werknemers omgaan.” We doen dit natuurlijk niet alleen, maar werken hiervoor samen met alle relevante actoren. Zo werken we met Flanders Synergy samen in een project rond innovatieve arbeidsorganisatie.

Is industrie 4.0 makkelijk implementeerbaar in de Vlaamse voedingssector?

Veerle De Graef: “Flanders’ FOOD werkt al een paar jaar mee aan Factory of the Future, een initiatief van Agoria dat de meest toekomstgerichte in België gevestigde bedrijven uit de maakindustrie bekroont. Naast digitalisering en efficiëntie is ook het circulaire aspect een erg belangrijke factor. Dit jaar waren twee van de vier laureaten van de Factory of the Future Awards voedingsbedrijven: Lantmännen Unibake, een industriële bakkerij, en Dekeyzer-Ossaer, een vleesverwerkende kmo. Dat bewijst dat het zeker mogelijk is om als voedingsbedrijf stappen vooruit te zetten op het vlak van digitalisering en duurzaamheid.”

Steeds meer internationale voedingsketens kondigen engagementen op het vlak van duurzaamheid aan. Zo verenigden de Amerikaanse takken van Danone, Mars, Nestlé en Unilever zich onlangs in de Sustainable Food Policy Alliance. Mogen we spreken van een duurzaamheidsboom of is die evolutie al langer bezig?

Charlotte Boone: “Achter de schermen werken de meeste bedrijven al veel langer rond dat thema. Zo heb je in eigen land de Belgische Alliantie voor Duurzame Palmolie, een consortium waarin ook grote spelers als Vandemoortele, Unilever en Natra Malle zetelen. Ook Fevia beschikt al jaren over een milieudepartement en sinds 2011 brengt het een duurzaamheidsrapport uit met doelstellingen voor de gehele voedingsindustrie rond waterverbruik, verpakkingen, bioplastics …”

Watertekort is een van de grootste uitdagingen die de voedingssector te wachten staat. Welke rol kan Flanders’ FOOD daarin spelen?

Veerle De Graef: “Daarvoor hebben we een strategische samenwerking met Vlakwa (het Vlaams Kenniscentrum Water) op poten gezet. Waterverspilling kun je op twee manieren tegengaan. Ten eerste het waterverbruik beperken door het in alle productiefases te meten en de grootste verbruiksposten te identificeren. Ten tweede bekijken we hoe de sector water zoveel mogelijk kan hergebruiken. Bij hergebruik van spoelwater voor groenten, bijvoorbeeld, blijven er steeds meer pesticiden in het water achter. Hoe vaak kun je dat spoelwater precies gebruiken zonder onnodige risico’s te veroorzaken? Via gedetailleerde analyses en meetprocessen kunnen we die grenzen vandaag heel precies afbakenen. Dat sluit naadloos aan bij het hele industrie 4.0.-verhaal: we geloven heel sterk dat voedselbedrijven hun productieproces pas kunnen optimaliseren wanneer ze exact weten wat er gebeurt.”

Volgens veel experts kan blockchaintechnologie een belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de voedingssector. Hoe precies?

Veerle De Graef: “Momenteel wordt blockchain in onze sector vooral ingezet om de traceerbaarheid en transparantie te verbeteren. Als er bijvoorbeeld fraude wordt gepleegd, kan via blockchain snel duidelijk worden welke schakel van de keten de schuldige is. Op die manier kan de technologie ook het hele duurzaamheidsverhaal onderbouwen, door het vertrouwen van de consument te waarborgen. Vandaag zit blockchain in de voedingssector wel nog in een prille, verkennende fase. We hebben een aantal voedingsbedrijven samengebracht in een project, om samen te bekijken of de technologie nuttige cases oplevert.”

Hoe ziet de Vlaamse voedingssector er over tien jaar uit, als het van jullie afhangt?

Veerle De Graef: “We willen elk voedingsbedrijf omvormen naar een Factory of the Future, een toekomstbestendig bedrijf. Daarbij maakt het niet uit of bedrijven zelf al ver staan in die transitie of er bij wijze van spreken nog mee moeten beginnen. Wij willen de hele sector ondersteunen, en ervoor zorgen dat bedrijven elkaar ook onderling inspireren in hun innovatieverhaal. Vlaanderen blijft over de hele wereld bekend staan als een leverancier van gevarieerde, kwaliteitsvolle producten. Dat niveau willen we de komende jaren – minstens – op peil houden.”

Charlotte Boone: “De Vlaamse voedingsindustrie bestaat vandaag nog altijd voor een groot deel uit kleine, toegewijde familiebedrijven die trots zijn op hun producten. Dat zorgt ervoor dat de wil en het potentieel om te evolueren heel sterk aanwezig zijn. Met Flanders’ FOOD helpen we om dat potentieel tot volle bloei te laten komen.”

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!