"Derde van alle goederenvervoer via binnenvaart en spoor is mogelijk"

Nog maar een kwart van de goederen wordt in Vlaanderen met de binnenvaart of het spoor getransporteerd. Het potentieel ligt heel wat hoger, meent VOKA. Het wil ondernemingen sensibiliseren om de modal shift in te zetten, maar vraagt ook meer ondersteuning van de overheid.

Francis Van den Noortgaete | 10 oktober 2018
Port 2467847 1920

In een uitgebreide nieuwe paper over duurzaam transport vandaag en morgen breekt VOKA een lans voor een versnelde modal shift van wegtransport naar spoor en binnenvaart. Want die blijven onder hun potentieel maar vormen een cruciale factor voor een duurzame – en vlotte – toekomstige logistiek, aldus de werkgeversorganisatie.

Het federaal planbureau verwacht dat het goederentransport fiks zal toenemen, met maar liefst 45 procent tegen 2030. Dat terwijl ons wegennet de voorbije vijf jaar al een verdubbeling van de files kende. Een modal shift is niet alleen nodig om de congestie aan te pakken, maar ook om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke polluenten te reduceren.

34 procent spoor en binnenvaart tegen 2030

Spoor en binnenvaart zijn op dit moment goed voor ongeveer 25 procent van het goederenvervoer in België. Vlaanderen wil naar 30 procent evolueren tegen 2030, een doelstelling die volgens VOKA realistisch is, maar te weinig ambitieus. Volgens hen is tegen die tijd 34 procent haalbaar, en moet dit aandeel verder groeien tot minstens 40 procent in 2050. Volgens het Europese Witboek Transport uit 2011 zou tegen die tijd zelfs meer dan 50 procent van de goederen via de binnenvaart of het spoor vervoerd moeten worden. Om de nodige versnelling te kunnen inzetten, vraagt VOKA dat de overheid een voldoende competitief kader creëert en initiatieven neemt om een juiste prijszetting te bewerkstelligen, uitgaande van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Verder dringt VOKA aan op een krachtdadig multimodaal beleid en slimme investeringen in terminalcapaciteit.

Juistere prijszetting

Multimodale logistiek transport bestaat vaak uit een voor- of natraject per vrachtwagen. Zeker bij kortere hoofdtrajecten weegt de extra stap – verladen van de goederen op en af de vrachtwagen, schip en trein – sterk op de totale kostprijs van het transport. Zo zijn de overslagbewegingen en de langere levertijd samen goed voor bijna twee derde van de bijkomende kosten, zeker bij korte totaaltrajecten. Wegtransport kan lagere tarieven aanbieden, omdat een groot deel van de externe kosten, zoals vervuilende emissies, maar beperkt worden verrekend. Europa wil evolueren naar een fiscaliteit die meer gebaseerd is op het principe ‘de vervuiler/gebruiker betaalt’. Dit kan de kostenverhouding tussen de diverse modi in de toekomst beïnvloeden en dus kansen bieden voor spoor en binnenvaart.

Gecoördineerde terminals

Multimodale ketens kunnen optimaler georganiseerd worden door een betere informatiedoorstroming, stelt VOKA bovendien. Op die manier kunnen bijvoorbeeld containers aan de kade meer efficiënt geplaatst worden in functie van de manier waarop ze verder zullen worden vervoerd: via weg of spoor. Dat moet een efficiëntere afstemming tussen alle transportmodi mogelijk maken.

Met de groei van het containervervoer de voorbije decennia nam ook het aantal inland-terminals toe. Hierdoor gebeurt het aanbieden van containers via de binnenvaart vaak (te) gespreid, wat tot vertragingen leidt aan de maritieme kaai. Een betere afstemming van binnenvaarttrafieken in het achterland kan heel wat schaalvoordelen opleveren en een verhoogde efficiëntie. Zo zou een ‘containertransferium’ aan de rand van het havengebied een oplossing kunnen bieden om binnenvaartcontainers van kleinere aanbieders te bundelen.

Europese standaarden voor het spoor

Bij het spoor ontbreekt een harmonisatie van vergunningen, veiligheidscertificaten en -systemen tussen de diverse landen. Aangezien het spoor vaak pas interessant wordt over een iets langere afstand zijn Europese standaarden dringend nodig, stelt VOKA. Maar net als bij de binnenvaart is ook hier de bundeling van ladingen van groot belang om meer volume te kunnen behandelen. Want België loopt met 10 procent spoorvervoer flink achter op landen als bijvoorbeeld Duitsland (17 procent), Oostenrijk (31 procent) en Zwitserland (38 procent).

Goede praktijken tonen groter potentieel

Bij vervoer over spoor of binnenwater denkt men doorgaans nog aan bepaalde soorten goederen. VOKA vermeldt als best practices bijvoorbeeld ondernemingen als non-ferroproducent Aurubis, of Van Moer Logistics die huishoudelijk afval per binnenschip vervoert. Toch is het potentieel een stuk breder dan men doorgaans aanneemt. Zo is er het voorbeeld van Agristo in Wielsbeke, een voedingsbedrijf dat ongeveer 2,4 miljoen porties friet per dag maakt. Ongeveer een derde van de diepgevroren frieten gaat per containerbinnenschip naar de havens van Zeebrugge en Antwerpen, en van daar richting buitenland.

Ook voor andere bedrijven biedt transport per binnenschip nog aanzienlijke kansen. Zo kondigde de Vlaamse Waterweg begin dit jaar aan een set aan maatregelen klaar te hebben om de groei van de binnenvaart stevig te faciliteren: de creatie van Regionale Overslag Centra (ROC’s) en watergebonden bedrijventerreinen, de realisatie van nieuwe kaaimuren, het inschakelen van de binnenvaart binnen stedelijke distributieconcepten tot zelfs het invoeren van onbemand varen. "80 procent van alle bedrijven in Vlaanderen ligt op maximaal 10 kilometer van een bevaarbare waterweg. Sommige ondernemers staren zich blind op de file aan de voordeur, zonder oog te hebben voor de blauwe boulevard die open ligt aan de achterdeur,” zei Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts hierover.

Bron: VOKA Paper september 2018, eigen berichtgeving

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!